Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
26 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan productie van amfetamine en voorbereidingshandelingen daartoe. De verdachte verhuurde een schuur die werd gebruikt als drugslaboratorium, terwijl kort daarvoor in andere door hem verhuurde garages een hennepkwekerij was aangetroffen.
In cassatie werden klachten over het bewijs en de opzet van de verdachte behandeld, maar deze leidden niet tot vernietiging van het hofarrest. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden en het cassatieberoep meer dan twee jaar duurde.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze met zestien maanden tot vijftien maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd de straf gematigd vanwege procedurele overschrijding, zonder inhoudelijke wijziging van de schuldvraag.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot vijftien maanden wegens overschrijding redelijke termijn.