ECLI:NL:HR:2024:1766

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
22/04066
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552f SvArt. 530.2 SvArt. 447.5 SvArt. 445 SvArt. 535.1 Sv
Verwijzingen
11 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake onttrekking telefoon en harddisk in kinderpornozaak

In deze zaak heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot onttrekking aan het verkeer van een telefoon en harddisk die bij belanghebbende in beslag waren genomen wegens verdenking van vervaardigen en bezitten van kinderporno. De OvJ besloot belanghebbende niet verder te vervolgen. Belanghebbende verzocht tevens om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand.

De rechtbank wees een beschikking op de vordering ex artikel 552f Sv en verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand ex artikel 530.2 Sv. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen middel heeft ingediend tegen de beslissing op de vordering tot onttrekking, en het beroep voor zover gericht tegen de vergoeding van rechtsbijstand niet ontvankelijk kan worden verklaard. Ook is de procedurele mogelijkheid tot hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank nog open, waardoor cassatie niet aan de orde is. De Hoge Raad verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04066 B
Datum3 december 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2022, nummer RK 22/1185, op een vordering als bedoeld in artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak
van
[belanghebbende] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
hierna: de belanghebbende.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft E.A. Breetveld, advocaat in 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd dat de belanghebbende niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de belanghebbende niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2024.