Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
3 december 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot onttrekking aan het verkeer van een telefoon en harddisk die bij belanghebbende in beslag waren genomen wegens verdenking van vervaardigen en bezitten van kinderporno. De OvJ besloot belanghebbende niet verder te vervolgen. Belanghebbende verzocht tevens om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand.
De rechtbank wees een beschikking op de vordering ex artikel 552f Sv en verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand ex artikel 530.2 Sv. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen middel heeft ingediend tegen de beslissing op de vordering tot onttrekking, en het beroep voor zover gericht tegen de vergoeding van rechtsbijstand niet ontvankelijk kan worden verklaard. Ook is de procedurele mogelijkheid tot hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank nog open, waardoor cassatie niet aan de orde is. De Hoge Raad verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.