Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
3 december 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een 19-jarige verdachte die meermalen ontucht pleegde met drie minderjarige meisjes van 13, 14 en 15 jaar. Twee van deze meisjes waren in de avonduren van huis weggelopen en werden gezocht door ouders en politie. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld voor bezit van kinderporno.
Het hof had geoordeeld dat de verdachte tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht omtrent de werkelijke leeftijd van de minderjarige slachtoffers, en hield rekening met de kwetsbare situatie van de weggelopen meisjes bij de strafoplegging. De opgelegde straf bedroeg 45 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De klachten over de bewezenverklaring, strafmotivering en causaliteit voor schadevergoeding werden niet gegrond bevonden. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging en hoefde geen nadere motivering te geven vanwege het belang voor de rechtsontwikkeling.
De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte voor ontucht en bezit van kinderporno, en erkent de toerekenbaarheid van de materiële schade van een benadeelde partij wegens studievertraging.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 3 december 2024.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; strafoplegging en bewezenverklaring ontucht en bezit kinderporno bevestigd.