Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
3 december 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 december 2022, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzetheling van 960 iPhones, ook wel aangeduid als 'mobiel banditisme'. De procedure in cassatie werd gevoerd door de raadsman van verdachte, met een conclusie van de advocaat-generaal tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld, maar vond dat de ingebrachte klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen. Daarbij was het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad procedurele aspecten zoals de betekening van de oproeping aan een adres in Roemenië en het afwijzen van een aanhoudingsverzoek wegens te late kennisgeving. De Hoge Raad bevestigde de belangenafweging van het hof in deze procedurele kwesties.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen, waarmee het hofarrest ongewijzigd bleef staan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen opzetheling.