ECLI:NL:HR:2024:1778

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
22/04782
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 1 sub a SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen opzetheling 960 iPhones

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van opzetheling van 960 iPhones, een vorm van mobiel banditisme. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte veroordeeld en geoordeeld dat verdachte moest hebben geweten van de aanwezigheid van de telefoons. Namens verdachte werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, waarbij werd betwist of het hof dit oordeel wel kon baseren op het verweer van de raadsvrouw.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest werd gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter, samen met raadsheren Kuijer en Kooijmans, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 3 december 2024. Hiermee blijft de veroordeling van verdachte in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen opzetheling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04782
Datum3 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 december 2022, nummer 21-001774-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2024.