ECLI:NL:HR:2024:1785

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
23/01255
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 288 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak medeplegen gekwalificeerde doodslag

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag, gepleegd in 2017 in Rilland. Verdachte had een ander in diens woning bezocht en daar met heftig geweld hennepplanten proberen te stelen. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde verdachte en het cassatieberoep werd ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en vastgesteld dat het beroep niet kon slagen. Dit mede omdat er geen schriftelijk standpunt van de procureur-generaal was ingediend, wat vereist is volgens artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hierdoor kon het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk worden verklaard.

De Hoge Raad heeft daarom het beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Kuijer en Kooijmans op 3 december 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01255
Datum3 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 maart 2023, nummer 20-003771-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, een schriftuur ingediend.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2024.