Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
3 december 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen poging tot doodslag. Het incident vond plaats in 2022 in Roosendaal, waarbij de verdachte een ander meesleepte aan de buitenkant van een auto die met 60 km/u reed en deze met vuisten tegen het hoofd sloeg.
De verdachte stelde het cassatieberoep in, maar er werden geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn. Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering is het indienen van cassatiemiddelen een vereiste voor ontvankelijkheid van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep daarom niet in behandeling kon worden genomen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.