Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
10 december 2024.
Hoge Raad
Deze zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van moord in Breda in 2017, waarbij na een cafébezoek op een openbare weg 13 kogels werden afgevuurd op het bovenlichaam van het slachtoffer. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigde de veroordeling in oktober 2023.
De verdachte stelde het cassatieberoep in, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad op 10 december 2024.
De Hoge Raad kon het beroep niet inhoudelijk behandelen vanwege het ontbreken van een schriftuur met klachten namens de verdachte, zoals vereist op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De uitspraak werd gedaan door raadsheer C. Caminada, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.