ECLI:NL:HR:2024:1841

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
23/04142
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak medeplegen moord in Breda

Deze zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van moord in Breda in 2017, waarbij na een cafébezoek op een openbare weg 13 kogels werden afgevuurd op het bovenlichaam van het slachtoffer. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigde de veroordeling in oktober 2023.

De verdachte stelde het cassatieberoep in, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad op 10 december 2024.

De Hoge Raad kon het beroep niet inhoudelijk behandelen vanwege het ontbreken van een schriftuur met klachten namens de verdachte, zoals vereist op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De uitspraak werd gedaan door raadsheer C. Caminada, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04142
Datum10 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 oktober 2023, nummer 20-000701-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2024.