ECLI:NL:HR:2024:1853
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 28 maart 2024. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 30 juli 2024 op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht werd echter niet voldaan. Op 30 augustus 2024 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de vraag waarom het griffierecht niet was betaald. Ook werd een kennisgeving van deze plaatsing verzonden naar het opgegeven e-mailadres van belanghebbende. De Hoge Raad neemt aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen op 30 augustus 2024.
Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is op 13 december 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.