ECLI:NL:HR:2024:1854
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
De Hoge Raad heeft op 13 december 2024 het beroep in cassatie van R.A.A. van de Mortel tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 juni 2024 behandeld. De griffier had de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief op 21 augustus 2024 gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres. Ondanks deze aanmaning is het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier op 26 september 2024 opnieuw een aangetekende brief gestuurd met de gelegenheid om te reageren op het niet betalen van het griffierecht. Ook deze brief is afgeleverd, maar de indiener heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Faase (voorzitter), Cools en Peters en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.