ECLI:NL:HR:2024:1862

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
24/01601
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:88 BWArt. 1:89 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest vernietiging vaststellingsovereenkomst

In deze zaak stond de vernietiging van een vaststellingsovereenkomst centraal, waarbij een echtgenoot zich beroept op de artikelen 1:88 en 1:89 van het Burgerlijk Wetboek. De procedure doorliep meerdere instanties, te weten de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, waarbij het hof het beroep op vernietiging verwierp.

De eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om het arrest te vernietigen. De Hoge Raad verwees naar artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waardoor geen uitgebreide motivering noodzakelijk was.

Het cassatieberoep werd verworpen en de eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil werden begroot aan de zijde van de verweerder. De uitspraak werd gedaan door de civiele kamer van de Hoge Raad op 13 december 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/01601
Datum13 december 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8950281 CV EXPL 20-23326 van de rechtbank Amsterdam van 19 juli 2021, 4 oktober 2021 en 8 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.316.740/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 januari 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep en geeft de Hoge Raad in overweging dat te doen met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 december 2024.