ECLI:NL:HR:2024:1868

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
23/03520
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 Sr (oud)Art. 359 lid 2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in jeugdzaak medeplegen verkrachting wegens bewijswaardering

In deze jeugdzaak werd verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van medeplegen van verkrachting. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde anders en veroordeelde verdachte. In cassatie klaagde verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van de door de verdediging onderbouwde bezwaren tegen de bruikbaarheid van de verklaringen van getuige A en de herkenning door getuige B bij een enkelvoudige fotoconfrontatie.

De Hoge Raad overwoog dat het recht niet vereist dat de rechter ambtshalve getuigen hoort voordat hij de authenticiteit en detail van eerder afgelegde verklaringen vaststelt. Ook is geen motiveringsplicht langs rechtspsychologische inzichten vereist. Het hof had voldoende gespecificeerd waarop het de consistentie en authenticiteit baseerde en had adequaat gereageerd op de verweren.

Ten aanzien van de enkelvoudige fotoconfrontatie oordeelde de Hoge Raad dat het hof de nodige behoedzaamheid betrachtte en dat de herkenning ook in samenhang met andere bewijzen was bezien. De klacht over de betrouwbaarheid van de fotoconfrontatie faalde. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplegen van verkrachting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03520 J
Datum17 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 augustus 2023, nummer 23-001047-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F. Visser, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid Pro 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunten over de bruikbaarheid voor het bewijs van de verklaringen van de [getuige 1] en van de herkenning van de verdachte door de [getuige 2] bij een enkelvoudige fotoconfrontatie.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 december 2024.