Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 december 2024.
Hoge Raad
In deze jeugdzaak werd verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van medeplegen van verkrachting. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde anders en veroordeelde verdachte. In cassatie klaagde verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van de door de verdediging onderbouwde bezwaren tegen de bruikbaarheid van de verklaringen van getuige A en de herkenning door getuige B bij een enkelvoudige fotoconfrontatie.
De Hoge Raad overwoog dat het recht niet vereist dat de rechter ambtshalve getuigen hoort voordat hij de authenticiteit en detail van eerder afgelegde verklaringen vaststelt. Ook is geen motiveringsplicht langs rechtspsychologische inzichten vereist. Het hof had voldoende gespecificeerd waarop het de consistentie en authenticiteit baseerde en had adequaat gereageerd op de verweren.
Ten aanzien van de enkelvoudige fotoconfrontatie oordeelde de Hoge Raad dat het hof de nodige behoedzaamheid betrachtte en dat de herkenning ook in samenhang met andere bewijzen was bezien. De klacht over de betrouwbaarheid van de fotoconfrontatie faalde. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplegen van verkrachting.