Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 december 2024.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 13 juni 2024 betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend en de Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De beschikking is op 20 december 2024 in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide namens de kamer, onder voorzitterschap van vicepresident M.V. Polak en met raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff. Het cassatieberoep is verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.