Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 december 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de benoeming van een bewindvoerder en mentor voor een moeder die niet meer in staat is haar belangen zelfstandig waar te nemen. De kantonrechter stelde het bewind en mentorschap in ten behoeve van de moeder en benoemde een externe organisatie als bewindvoerder en mentor. De moeder en haar zoon stelden hoger beroep in, waarbij ook de andere kinderen als belanghebbenden betrokken zijn.
Het hof Amsterdam bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter, maar constateerde tijdens de mondelinge behandeling dat twee kinderen niet waren opgeroepen als belanghebbenden. Hoewel het hof deze kinderen later in de gelegenheid stelde te reageren op het proces-verbaal, stelde de Hoge Raad vast dat zij niet de mogelijkheid hadden gekregen hun procesuele rechten volledig uit te oefenen, wat een schending van het beginsel van hoor en wederhoor betekent.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij constatering van het ontbreken van oproeping van belanghebbenden een nieuwe mondelinge behandeling had moeten gelasten en deze kinderen alsnog had moeten oproepen. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de rechter bij de beoordeling van de geschiktheid van een familielid als bewindvoerder of mentor de feitelijke betrokkenheid en verstandhouding met de betrokkene mag meewegen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor.