ECLI:NL:HR:2024:1893

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2024
Publicatiedatum
19 december 2024
Zaaknummer
24/00805
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in geschil over voorlopige voorzieningen binnen joint venture

In deze zaak stond een geschil binnen een joint venture centraal waarbij voorlopige voorzieningen waren getroffen over uitlatingen die betrekking hadden op een door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder en over het contact met contractuele wederpartijen van de joint venture.

De verzoekers hadden tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. De verweerders verzochten het beroep te verwerpen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoekers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof.

De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat het niet ging om vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en werden de verzoekers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, met een specificatie van de kosten aan de zijde van de verweerders. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/00805
Datum20 december 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [eiseres 1] LTD.,
gevestigd te [vestigingsplaats], Israël,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats], Israël,
3. [eiser 3],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna: [verzoekers],
advocaat: B.T.M. van der Wiel,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
VERWEERDER in cassatie
hierna: [verweerder 1],
niet verschenen,
2. [verweerder 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [verweerder 3], in zijn hoedanigheid van door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder van [verweerder 2] B.V.,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie
hierna: [verweerders 1-3],
advocaten: J.P. Heering en H. Boom,
4. [verweerder 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [verweerder 5], in zijn hoedanigheid van door de Ondernemingskamer benoemde beheerder van de aandelen van [verweerder 2] B.V.,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerder 4] en [verweerder 5],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.327.158/02 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 6 december 2023.
[verzoekers] hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders 1-3] hebben verzocht het beroep te verwerpen.
[verweerder 1], [verweerder 4] en [verweerder 5] hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoekers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1-3] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoekers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan en aan de zijde van [verweerder 1], [verweerder 4] en [verweerder 5] begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
20 december 2024.