ECLI:NL:HR:2024:1909
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2014
Belanghebbende, een B.V., was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2014, inclusief de daarbij behorende belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag, dat op 29 november 2022 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van zijn oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het cassatieberoep is derhalve ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de navorderingsaanslag en de bijbehorende belastingrente zoals opgelegd aan belanghebbende over het jaar 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.