ECLI:NL:HR:2024:198
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over invorderingsrente in belastingzaak
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking inzake invorderingsrente had afgewezen. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten nader te motiveren, aangezien de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en blijft de beschikking inzake invorderingsrente ongewijzigd. Het arrest werd op 9 februari 2024 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Feteris, Wortel en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.