ECLI:NL:HR:2024:204
Hoge Raad
- Artikel 81 RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over belastingaanslag en rente 2016
De erfgenamen van de overledene hebben in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van de erfgenamen behandelde over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de klachten van de erfgenamen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de erfgenamen toe te rekenen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenamen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.