ECLI:NL:HR:2024:206
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2015
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juni 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de aanslag vennootschapsbelasting over 2015 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente had afgewezen.
De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveert haar oordeel niet inhoudelijk, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de aanslag vennootschapsbelasting 2015 en de beschikking inzake belastingrente ongewijzigd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 2015 blijft gehandhaafd.