ECLI:NL:HR:2024:209

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2024
Publicatiedatum
8 februari 2024
Zaaknummer
23/00467
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 5:48 BWArt. 3:13 BWArt. 5:79 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake erfdienstbaarheid en misbruik van bevoegdheid

In deze zaak stond een geschil centraal over de erfdienstbaarheid en de vraag of sprake was van een ongeoorloofde belemmering en misbruik van bevoegdheid. De feiten en eerdere uitspraken van rechtbank en gerechtshof betroffen de uitleg en toepassing van bepalingen uit het goederenrecht, met name artikel 5:48 en Pro 5:79 BW, en de algemene beginselen zoals artikel 3:13 BW Pro over misbruik van bevoegdheid.

Eisers stelden dat verweerders de erfdienstbaarheid op onrechtmatige wijze belemmerden en dat dit misbruik van bevoegdheid opleverde. Het hof had deze klachten echter afgewezen, waarna eisers cassatieberoep instelden bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie, inclusief verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/00467
Datum9 februari 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
1. [verweerder 1],
2. [verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/576227/HA ZA 19-561 van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2020;
b. de arresten in de zaak 200.294.408/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 juni 2021 en 8 november 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 8 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
9 februari 2024.