Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 februari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De moeder verzocht de rechtbank om vaststelling van het vaderschap van de man over haar kind en betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. De rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep wijzigde de moeder haar verzoek subsidiair tot het gelasten van DNA-onderzoek om het vaderschap vast te stellen. Het hof wees ook dit verzoek af omdat de moeder onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had gesteld die aannemelijk maakten dat de man de verwekker kon zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte te hoge eisen heeft gesteld aan de stelplicht van de moeder en onvoldoende heeft meegewogen dat uit foto’s, e-mails en de afwezigheid van andere seksuele partners tijdens de conceptieperiode plausibel is dat de man de verwekker kan zijn. Het is niet vereist dat het vaderschap vaststaat of dat seksuele gemeenschap in het conceptietijdvak is bewezen, maar dat aannemelijk is dat de man de verwekker kan zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot vernietiging en verwijzing wordt gevolgd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.