Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
27 februari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een jeugdzaak waarin de verdachte werd beschuldigd van mensenhandel door te trachten een minderjarige in de prostitutie te brengen, ontucht met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar, en bezit van kinderporno. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken.
Het hof Amsterdam heeft in hoger beroep het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De verdediging stelde een alternatief scenario voor, maar het hof heeft dit niet als een beroep op een alternatief scenario gezien, wat aan de feitenrechter is voorbehouden. De Hoge Raad onderschrijft deze uitleg en ziet geen reden tot cassatie.
De conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal en de schriftelijke reactie van de raadsman van de verdachte zijn meegenomen in de beoordeling. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en hoeft dit niet nader te motiveren omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 27 februari 2024 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Amsterdam.