Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
27 februari 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 27 februari 2024 uitspraak gedaan over een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2023. De beschikking betrof een vordering op grond van artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering tot onttrekking aan het verkeer van een auto. De belanghebbenden hadden beroep in cassatie ingesteld tegen deze beschikking.
De Hoge Raad constateerde dat de vordering niet tijdens een openbare raadkamerzitting was behandeld, terwijl artikel 552f lid 4 Sv dit voorschrijft. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat op grond van artikel 23 lid 2 Sv Pro het openbaar ministerie, de verdachte en andere procesdeelnemers moeten worden gehoord of opgeroepen, tenzij anders is voorgeschreven. Uit de stukken bleek dat de rechtbank de beslissing om proceseconomische redenen zonder openbare behandeling had genomen.
Dit verzuim leidde tot nietigheid van de beschikking. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor een nieuwe behandeling en afdoening. De overige cassatiemiddelen behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens het ontbreken van een openbare raadkamerzitting en wijst de zaak terug naar de rechtbank.