ECLI:NL:HR:2024:275

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2024
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
23/01202
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in bestuursrechtelijke belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake een bestuursrechtelijke belastingzaak met betrekking tot het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Gezien het ontbreken van vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is nadere motivering achterwege gebleven conform artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.

Ook heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 23 februari 2024 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/01202
Datum23 februari 2024
ARREST
in de zaak van
[X]
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN HET HOOGHEEMRAAD AMSTEL, GOOI EN VECHT
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 3 februari 2023, nr. AMS 22/230, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 24 mei 2022.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Veldhuisen, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2024.