ECLI:NL:HR:2024:287

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 februari 2024
Publicatiedatum
27 februari 2024
Zaaknummer
23/03925
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350.1 SrArt. 457.1.c SvArt. 472 lid 2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening strafzaak vernieling wegens psychiatrische stoornis aanvrager

De politierechter in de rechtbank Gelderland heeft de aanvrager veroordeeld voor vernieling met een geldboete en subsidiair hechtenis. De aanvrager verzocht om herziening van dit vonnis op grond van een nieuw gegeven: een ernstig vermoeden van een psychiatrische stoornis voorafgaand aan en ten tijde van het delict.

De advocaat-generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond is en dat de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst kan worden. De Hoge Raad oordeelde dat het aangevoerde gegeven voldoet aan de criteria van artikel 457 lid 1 onder Pro c Sv, omdat het niet bekend was tijdens het oorspronkelijke onderzoek en waarschijnlijk tot een andere uitkomst had geleid.

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03925 H
Datum27 februari 2024
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Gelderland van 1 november 2022, nummer 05-197481-22, ingediend door M.T. Lamers, advocaat te Nijmegen,
namens
[aanvrager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de aanvrager.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De politierechter in de rechtbank Gelderland heeft de aanvrager veroordeeld voor vernieling tot een geldboete van € 325, subsidiair zes dagen hechtenis.

2.De aanvraag tot herziening

2.1
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat de politierechter de aanvrager zou hebben ontslagen van alle rechtsvervolging indien hij ermee bekend zou zijn geweest dat sprake was van een ernstig vermoeden van een psychiatrische stoornis bij de aanvrager voorafgaand aan en ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit.

3.De conclusie van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de onherroepelijke uitspraak van de politierechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 1 november 2022, zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof opdat de zaak op de voet van artikel 472 lid 2 Sv Pro opnieuw wordt berecht en afgedaan.

4.Beoordeling van de aanvraag

4.1
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat, als dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2
Op de door de advocaat-generaal in zijn conclusie vermelde gronden moet het in de aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv. De aanvraag is daarom gegrond.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
- beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de politierechter;
- verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van artikel 472 lid 2 Sv Pro opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 februari 2024.