Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
5 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot doodslag gepleegd in 2021 in Alkmaar, waarbij de verdachte tijdens een vechtpartij een ander meermalen met een schaar in de hals stak. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld door het gerechtshof Amsterdam.
De verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, vertegenwoordigd door zijn advocaat D.J.M. Dammers. De procureur-generaal werd in de gelegenheid gesteld een advies uit te brengen, maar bracht geen schriftelijk standpunt uit.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 5 maart 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.