ECLI:NL:HR:2024:294

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 maart 2024
Publicatiedatum
29 februari 2024
Zaaknummer
23/01192
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in geschil over strook grond en uitleg overeenkomst

Eisers hebben cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een geschil over een strook grond en de uitleg van een overeenkomst en leveringsakte. Het geschil betreft de uitleg van contractuele bepalingen tussen eisers en verweerders, waaronder Wijk Ontwikkelings Maatschappij Kerckebosch B.V. en Stichting Woongoed Zeist.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die aan het cassatieberoep ten grondslag liggen. Verweerders zijn in cassatie verstek gebleven. De conclusie van de plaatsvervangende Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, waarop de advocaat van eisers schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten over het arrest van het hof en oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding, die nihil zijn begroot aan de zijde van verweerders.

Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock op 1 maart 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/01192
Datum1 maart 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
1. WIJK ONTWIKKELINGS MAATSCHAPPIJ KERCKEBOSCH B.V.,
gevestigd te Zeist,
2. STICHTING WOONGOED ZEIST,
gevestigd te Zeist,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: WOM c.s.,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak NL19.3776 van de rechtbank Midden-Nederland van 21 april 2020, 29 juli 2020 en 22 februari 2021;
b. de arresten in de zaak 200.295.049 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 maart 2022 en 27 december 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 27 december 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen WOM c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de plaatsvervangende Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van WOM c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
1 maart 2024.