Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
1 maart 2024.
Hoge Raad
Eisers hebben cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een geschil over een strook grond en de uitleg van een overeenkomst en leveringsakte. Het geschil betreft de uitleg van contractuele bepalingen tussen eisers en verweerders, waaronder Wijk Ontwikkelings Maatschappij Kerckebosch B.V. en Stichting Woongoed Zeist.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die aan het cassatieberoep ten grondslag liggen. Verweerders zijn in cassatie verstek gebleven. De conclusie van de plaatsvervangende Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, waarop de advocaat van eisers schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten over het arrest van het hof en oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding, die nihil zijn begroot aan de zijde van verweerders.
Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock op 1 maart 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.