ECLI:NL:HR:2024:321

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
22/04548
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 287 SrArt. 285.1 SrArt. 317.3 SrArt. 312.2.1 Sr
Verwijzingen
12 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging tot doodslag en andere delicten

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2022, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag, meervoudige bedreiging, afpersing op de openbare weg, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, diefstal en beschadiging van een auto. Het hof legde een gevangenisstraf van veertien jaar op, alsmede een maatregel van TBS met dwangverpleging.

In cassatie werden diverse klachten ingebracht, waaronder over de beoordeling van deskundigenverklaringen, de kwalificatie van verweren als uitdrukkelijke standpunten, de motivering van schadevergoedingsmaatregelen, en de toepassing van de wettelijke eisen voor de oplegging van de TBS-maatregel. Ook werd aangevoerd dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de gewijzigde regeling omtrent voorwaardelijke invrijheidstelling bij de strafmotivering.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat geen van deze klachten aanleiding geeft tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers, voorzitter, en raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, op 12 maart 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand met een gevangenisstraf van veertien jaar en TBS met dwangverpleging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04548
Datum12 maart 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2022, nummer 21-004703-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schrifturen cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 maart 2024.