Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
4.Beslissing
16 januari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over medeplegen van moord, voorbereiding van moord, brandstichting, wapenbezit en schuldheling. De feiten betreffen een vergismoord en voorbereidingen in Utrecht in januari 2017.
De Hoge Raad beoordeelde meerdere cassatiemiddelen, waaronder bewijsvoering met DNA-sporen, de toepassing van het 'de auditu'-bewijs, en de vraag of het hof terecht oordeelde dat verdachte medepleger was met voorbedachte raad. De klachten werden niet gegrond verklaard en leidden niet tot vernietiging van het hofarrest.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 21 jaar naar 20 jaar en 8 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 16 januari 2024 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 21 jaar naar 20 jaar en 8 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.