Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
19 maart 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, gepleegd in 2020 te Apeldoorn door het binnengaan van een woning en het steken van het slachtoffer met een mes in de buikstreek. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 28 juni 2022 een arrest gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Gezien de aard van het beroep en het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de advocaat-generaal, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is het arrest van het gerechtshof in stand gebleven en is het cassatieberoep van de verdachte afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de veroordeling voor poging tot doodslag ongewijzigd blijft.