Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2024:388

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2024
Publicatiedatum
14 maart 2024
Zaaknummer
23/00663
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in huurrechtelijke zaak over schuldeisersverzuim en opschorting huurgenot

In deze zaak staat centraal of het schuldeisersverzuim van de huurder kan leiden tot het niet aanvaarden van de gehuurde kantoorruimte en of de verhuurder daardoor gerechtigd is tot opschorting van zijn verplichting tot het verschaffen van huurgenot.

De procedure begon bij de rechtbank Overijssel met vonnissen in september 2020 en mei 2021, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden meerdere arresten uitbracht in 2021 en 2022. De huurder stelde beroep in cassatie in tegen het laatste arrest van het hof van 29 november 2022.

De Hoge Raad heeft de klachten van de huurder beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, mede vanwege de samenhang met een andere zaak.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de huurder in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een totaal van €5.045,-- vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.

Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/00663
Datum15 maart 2024
ARREST
In de zaak van
[huurder] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [huurder],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
[verhuurder] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verhuurder],
advocaten: L.V. van Gardingen en T. van Tatenhove.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8220866 \ CV EXPL 19-4393 van de rechtbank Overijssel van 22 september 2020 en 4 mei 2021;
b. de arresten in de zaak 200.297.576 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2021, 9 augustus 2022 en 29 november 2022.
[huurder] heeft tegen het arrest van het hof van 29 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
[verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verhuurder] toegelicht door haar advocaten, en mede door G.M.C. van Breukelen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [huurder] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft, mede gelet op zijn arrest van heden in de zaak met nummer 23/01648 [1] , niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [huurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurder] begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [huurder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
15 maart 2024.