ECLI:NL:HR:2024:397
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over proceskosten en griffierecht bij WOZ-zaak gemeente Stede Broec
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake de vaststelling van de WOZ-waarde van zijn woning te Stede Broec voor het jaar 2020. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €209.000 per 1 januari 2019. In de bezwaarfase verzocht belanghebbende om aanvullende gegevens zoals de grondstaffel en taxatiekaart, die ter inzage werden gelegd maar niet werden toegestuurd.
Het geschil betrof onder meer of de heffingsambtenaar zijn verplichtingen had nageleefd op grond van artikel 7:4 Awb Pro en artikel 40, lid 2, Wet WOZ. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn verplichtingen had voldaan door het toezenden van het taxatieverslag en het ter inzage leggen van stukken. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel ten aanzien van het toezenden van het taxatieverslag onjuist is en vernietigt de uitspraak voor zover het de proceskosten en griffierecht betreft.
De Hoge Raad bevestigt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld en dat het beroep in cassatie alleen slaagt voor de proceskosten en griffierecht. Het college van burgemeester en wethouders en de heffingsambtenaar worden veroordeeld tot vergoeding van de griffierechten en proceskosten aan belanghebbende. De overige klachten leiden niet tot vernietiging van het hofarrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en het hofarrest vernietigd voor zover het de proceskosten en het griffierecht betreft.