ECLI:NL:HR:2024:408

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
14 maart 2024
Zaaknummer
23/02496
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.11 SvArt. 552a SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag en rechtshulpverzoeken in strafzaak

De zaak betreft een cassatieberoep van een fabrikant van chemische producten (klaagster) tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2023. Het geschil draait om de verstrekking van onderliggende rechtshulpverzoeken en het beslag op diverse goederen van klaagster en haar eigenaar, naar aanleiding van rechtshulpverzoeken van Amerikaanse autoriteiten.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ontvankelijk en gaf de advocaat-generaal gelegenheid zich uit te laten over de middelen. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad beoordeelde de klachten over de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uiteindelijk wees de Hoge Raad het beroep af. De beslissing bevestigt dat het belang van het onderzoek in de verzoekende staat zwaarder weegt dan het verstrekken van de onderliggende rechtshulpverzoeken. De uitspraak sluit aan bij eerdere arresten en beslissingen over vergelijkbare kwesties in strafrechtelijke rechtshulp en beslaglegging.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot verstrekking van de onderliggende rechtshulpverzoeken en het beslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02496 Br
Datum19 maart 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2023, nummer RK 23/000523, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.1.11 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de klaagster.

1.Verdere procesverloop in cassatie

De Hoge Raad heeft bij beschikking van 30 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:89, het door de klaagster ingestelde cassatieberoep ontvankelijk verklaard en de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de cassatiemiddelen.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 maart 2024.