ECLI:NL:HR:2024:430
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak 2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016, inclusief boetebeschikking en belastingrente. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad bracht advies uit, waarna de Hoge Raad besloot het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is gewezen door raadsheer Feteris als voorzitter en raadsheren Wortel en van der Voort Maarschalk, en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.