ECLI:NL:HR:2024:446

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
23/00731
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 344 SvArt. 359 SvArt. 415 SvArt. 289 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen moord advocaat 2019

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van moord op een advocaat in 2019. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 jaren. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat bepaalde verkeers- en locatiegegevens onrechtmatig als bewijs waren gebruikt en voerde een alternatief scenario aan.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld, waaronder de vraag of het hof in strijd met wettelijke bepalingen bewijsmiddelen had gebruikt en of de strafmotivering juist was, met name de overwegingen omtrent het slachtoffer zijn beroep als advocaat en de media-aandacht.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om nadere motivering te geven. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest van 23 februari 2023 in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van 30 jaren blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00731
Datum16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2023, nummer 23-002786-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 april 2024.