Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
26 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor voortgezette mishandeling en poging tot doodslag op zijn vriendin in 2022. De feiten speelden zich af in haar woning te Helmond, waar verdachte haar tegen het hoofd sloeg en haar keel dichtkneep.
Namens verdachte werd een schriftuur ingediend door zijn advocaat, maar de procureur-generaal bij de Hoge Raad bracht geen schriftelijk advies uit. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, met raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout. Hiermee komt een einde aan de cassatieprocedure in deze strafzaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.