Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
2 april 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, gepleegd in 2018 te Enschede, waarbij hij tijdens een ruzie een ander meerdere malen met een keukenmes in het bovenlichaam stak. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hem veroordeeld, waarna de verdachte in cassatie ging bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het dossier is het cassatieberoep volgens de Hoge Raad duidelijk niet ontvankelijk en kan het niet slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 2 april 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest in stand blijft.