Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 april 2024.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil over non-conformiteit bij de verkoop van een paardenhouderij en de vraag of het bestemmingsplan, specifiek een postzegelplan, een bijzondere last of beperking inhoudt volgens art. 7:15 lid 1 BW Pro. De verkopers hadden begin 2019 grond met woning en paardenhouderij verkocht aan een familie, waarop een bestemmingsplan van toepassing was. Later verkocht die familie de paardenhouderij aan [Groep A].
[Groep A] stelde dat de verkopers wanprestatie hadden gepleegd door niet te informeren over de aan het bouwblok verbonden voorwaarden, die volgens hen niet verwacht hoefden te worden. De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, stellende dat het bestemmingsplan en de daarbij behorende voorwaarden openbaar en kenbaar zijn en dat de koper de zaak aanvaardde zoals die was, inclusief publiekrechtelijke beperkingen die geen bijzondere lasten zijn.
De Hoge Raad bevestigde deze lijn en oordeelde dat een bestemmingsplan, ook als het specifiek op de verkochte zaak is gericht, geen bijzondere last of beperking is in de zin van art. 7:15 lid 1 BW Pro. Dit omdat het bestemmingsplan een besluit van algemene strekking is, openbaar en kenbaar voor derden. De koper kan zich beschermen via andere rechtsmiddelen zoals dwaling of non-conformiteit. Het cassatieberoep werd verworpen en [Groep A] werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van [Groep A] wordt verworpen en de vorderingen worden afgewezen.