Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 april 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de pensioenregeling waarbij Stichting IJcomplex Jaap Eden (eiseres) stelt dat de werkgever gehouden is tot onverkorte nakoming van de indexeringsregeling. De verweerders betwisten dit, mede aan de orde zijnde het betalingsvoorbehoud zoals neergelegd in artikel 12 en Pro artikel 20 van Pro de Pensioenwet.
De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, die op 6 april 2021 vonniste, gevolgd door een arrest van het gerechtshof Amsterdam op 9 augustus 2022. Tegen dit arrest stelde Jaap Eden beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van Jaap Eden beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Jaap Eden in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.555,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Amsterdam.