ECLI:NL:HR:2024:524

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
23/00751
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in auteursrechtzaak over waterballonvuller

In deze zaak stond centraal of een waterballonvuller auteursrechtelijk beschermd is als werk en of de techniekexceptie van toepassing is op triviale elementen. Tinnus Enterprises LLC stelde dat het hof ten onrechte het auteursrechtelijk karakter van het product had ontkend.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Tinnus beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad vond het niet nodig om inhoudelijk op de klachten in te gaan omdat deze geen belang hebben voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarnaast speelde de vraag over de proceskostenvergoeding. [Verweerster] vorderde een vergoeding op het maximumtarief voor complexe zaken, maar de Hoge Raad oordeelde dat de zaak als normaal moet worden aangemerkt volgens de indicatietarieven in IE-zaken. Tinnus werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verweerster].

Uitkomst: Het cassatieberoep van Tinnus wordt verworpen en Tinnus wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/00751
Datum5 april 2024
ARREST
In de zaak van
TINNUS ENTERPRISES LLC,
gevestigd te Plano, Texas, Verenigde Staten van Amerika,
EISERES tot cassatie,
hierna: Tinnus,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaten: T. Cohen Jehoram en G.J. Harryvan.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/533108 / HA ZA 17-562 van de rechtbank Den Haag van 17 februari 2021;
b. het arrest in de zaak 200.295.977/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 november 2022.
Tinnus heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Tinnus heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
[verweerster] maakt aanspraak op een proceskostenvergoeding op de voet van art. 1019h Rv. Zij heeft haar kosten begroot op een totaal van € 42.491,-- aan honorarium. [verweerster] meent dat, hoewel de zaak naar zijn aard niet complex is, vanwege het grote aantal cassatieklachten dat Tinnus heeft aangevoerd toch het maximumtarief voor een complexe zaak als bedoeld in de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017 moet worden aangehouden. Tinnus maakt daartegen bezwaar. De Hoge Raad volgt [verweerster] niet in haar betoog. De zaak moet, ook in cassatie, worden aangemerkt als een normale zaak in de zin van de Indicatietarieven. De Hoge Raad acht het voor die categorie geldende maximumtarief redelijk en evenredig.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Tinnus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 21.940,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Tinnus deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
5 april 2024.