Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 april 2024.
Hoge Raad
In deze civiele zaak hebben [eiseressen] cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2023, waarin het hof een heropeningsverzoek had afgewezen. De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen en arresten van rechtbank en hof.
De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad om de eiseressen niet-ontvankelijk te verklaren voor zover het beroep betrekking had op de kennisneming van het H16-formulier, een telefoongesprek en een brief uit november en december 2022, en het beroep voor het overige te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad veroordeelt de eiseressen in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 857 aan verschotten en € 2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Het arrest is uitgesproken door de raadsheer Lock en gewezen door de vicepresident Polak als voorzitter en vier raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en een deel van het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.