ECLI:NL:HR:2024:525

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
23/01988
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake kennisneming heropeningsverzoek in civiele procedure

In deze civiele zaak hebben [eiseressen] cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2023, waarin het hof een heropeningsverzoek had afgewezen. De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen en arresten van rechtbank en hof.

De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad om de eiseressen niet-ontvankelijk te verklaren voor zover het beroep betrekking had op de kennisneming van het H16-formulier, een telefoongesprek en een brief uit november en december 2022, en het beroep voor het overige te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad veroordeelt de eiseressen in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 857 aan verschotten en € 2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Het arrest is uitgesproken door de raadsheer Lock en gewezen door de vicepresident Polak als voorzitter en vier raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en een deel van het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/01988
Datum5 april 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingplaats],
4. [eiseres 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingplaats],
5. [eiseres 5] B.V.,
gevestigd te [vestigingplaats],
6. [eiseres 6] B.V.,
gevestigd te [vestigingplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaat: T. van Malssen,
tegen
RAIL SIDE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Rail Side,
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/395696 / HA ZA 15-572 van de rechtbank Midden-Nederland van 2 september 2015 en 25 mei 2016;
b. de arresten in de zaak 200.198.330 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 januari 2018, 20 november 2018, 19 mei 2020 en 28 februari 2023.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof van 28 februari 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Rail Side heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseressen] mede door R.M. Andes.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eiseressen] in het cassatieberoep voor zover gericht tegen het kennisnemen van het H16 formulier van 7 november 2022, het telefoongesprek van 29 november 2022 en de brief van 1 december 2022, en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rail Side begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
5 april 2024.