Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 april 2024.
Hoge Raad
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een koopovereenkomst tot stand was gekomen door tussenkomst van een makelaar of bode. De zaak betrof een geschil tussen een verzoeker tot cassatie, wonende in Taiwan, en verweerders, wonende in Nederland. De procedure omvatte eerdere vonnissen van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De Hoge Raad heeft de klachten tegen het ontkennend oordeel van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het vonnis. Het hof had geconcludeerd dat er geen koopovereenkomst tot stand was gekomen via de makelaar, hetgeen door de Hoge Raad werd bevestigd. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel nader toe te lichten, omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de verzoeker tot cassatie in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren, in aanwezigheid van de raadsheer die het arrest in het openbaar uitsprak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verzoeker wordt veroordeeld in de kosten.