ECLI:NL:HR:2024:544
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2011
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2022 beroep in cassatie ingesteld. Het geschil betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2011 en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. De Hoge Raad heeft dit oordeel gegeven zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 5 april 2024 in het openbaar gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Peters.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.