Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
16 april 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag in 2021 in Meppel. De feiten betroffen het onder invloed zijn van een grote hoeveelheid sterke drank en het aanvallen van een ander met een hamer, mes en lichamelijk geweld.
Het cassatieberoep is ingesteld door verdachte en ondersteund door een advocaat. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen over het beroep.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie wordt het beroep daarom zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 april 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.