Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 april 2024.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen in verband met medeplegen van hennepteelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader toe te lichten, mede gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Hoewel de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om dit te verbinden aan een rechtsgevolg in deze ontnemingszaak. Dit in afwachting van de beoordeling in de samenhangende strafzaak. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft gehandhaafd.