ECLI:NL:HR:2024:586
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2017
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 maart 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is het niet noodzakelijk om de motieven van dit oordeel nader toe te lichten.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in aanwezigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.