ECLI:NL:HR:2024:635
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2013
Belanghebbende, een vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam die in hoger beroep de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland bevestigde over de aanslag vennootschapsbelasting 2013, de boetebeschikking en de beschikking inzake belastingrente.
De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet inhoudelijk omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.