ECLI:NL:HR:2024:641

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2024
Publicatiedatum
18 april 2024
Zaaknummer
23/03423
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland betreffende het verzet van de heffingsambtenaar van de gemeente Weesp tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de gronden van dit oordeel nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om het college te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard. Tevens is een griffierecht van € 548 geheven van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is ongegrond verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/03423
Datum19 april 2024
ARREST
in de zaak van
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM
tegen
[X] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 20 juli 2023, nr. UTR 21/3160, op het verzet van de heffingsambtenaar van de gemeente Weesp tegen de uitspraak van de Rechtbank van 9 november 2021 betreffende een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

1.Geding in cassatie

Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2024.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam wordt een griffierecht geheven van € 548.