Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
(...)
(...)
Inhoudelijke beoordeling
3.Beslissing
21 mei 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een beklag tegen het beslag ex artikel 94a Sv op het saldo van een en/of-rekening waarvan klager en zijn zakenpartner mede-rekeninghouders zijn. Klager stelde dat hij als enige eigenaar van het saldo moest worden aangemerkt, omdat de strafzaak tegen hem was geseponeerd en het saldo voornamelijk uit zijn gelden bestond.
De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard, stellende dat bij een en/of-rekening iedere rekeninghouder jegens de bank recht heeft op het gehele saldo en dat het beslag daarom niet kan worden opgeheven op grond van eigendom van slechts één rekeninghouder. De Hoge Raad bevestigde deze maatstaf en herhaalde dat de rechter in een beklagprocedure moet toetsen of buiten redelijke twijfel vaststaat dat de derde eigenaar is, zonder in te gaan op burgerrechtelijke eigendomsverhoudingen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en oordeelde dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk of onjuist was. Het beslag blijft derhalve gehandhaafd, ook al stelt klager eigenaar te zijn van het saldo. De zaak wordt hiermee definitief afgesloten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het beslag op het saldo van een en/of-rekening niet wordt opgeheven omdat niet buiten redelijke twijfel vaststaat dat klager als enige eigenaar kan worden aangemerkt.