ECLI:NL:HR:2024:660

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2024
Publicatiedatum
24 april 2024
Zaaknummer
22/04030
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350.1 SrArt. 38v.3 SrArt. 81.1 Wet RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen hofuitspraak over gebiedsverbod en vernieling

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2022, waarin verdachte werd veroordeeld voor vernieling van ruiten van een deurwaarderskantoor en een politiebureau. Tevens ging het om de vraag of het hof een vrijheidsbeperkende maatregel, een gebiedsverbod, voor een langere periode dan wettelijk toegestaan mocht opleggen nadat eerdere uitspraken deze maatregel dadelijk uitvoerbaar hadden verklaard.

De verdachte stelde in cassatie diverse klachten aan de orde, onder meer over de duur van het gebiedsverbod en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest bevestigt daarmee de rechtmatigheid van het hof in het opleggen en dadelijk uitvoerbaar verklaren van de vrijheidsbeperkende maatregel binnen de wettelijke kaders. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt het hofarrest over vernieling en gebiedsverbod.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04030
Datum18 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2022, nummer 22-002053-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Stipdonk, advocaat te Leiden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 juni 2024.